Digitale roes

Als het internet een land zou zijn, dan zou het de derde grootste stroomverbruiker van de wereld zijn. Het dataverkeer in bijvoorbeeld Duitsland is met een uitstoot van 33 miljoen ton CO2 even vervuilend als het binnenlandse luchtverkeer. Daar denk je niet aan wanneer je via Spotify van pakweg een symfonie van Bach zit te genieten.

Ook onze smartphones dragen gretig bij: om 20 of 30 apps op ons toestel continu actueel te houden is al snel het energieverbruik van een koelkast nodig. Bron: Seizoenen, nr. 4, 2020 (Velt)

Het probleem wordt meer zichtbaar als we ons realiseren dat al die informatie voor beeld en muziek ergens wordt opgeslagen in de servers van computercentrales om op elk moment beschikbaar te zijn. Daar zitten dus ook onze foto’s ‘in de cloud’ bij.

Van de 55.000 centrales in Duitsland bevindt zich een vierde in het commerciële centrum van Frankfurt. Ze verbruiken daar nu al meer stroom dan alle huishoudens en de plaatselijke luchthaven samen. De voornaamste oorzaak van dat hoge stroomverbruik is de koeling van al die supercomputers, waarvan de microprocessoren op eenzelfde oppervlakte tot tien keer meer warmte produceren dan een elektrische straalkachel.

Maar liefst 90 procent van alle beschikbare data is pas het laatste anderhalf jaar opgeslagen door de explosieve groei van online video’s bekijken en het streamen naar aanbieders van films en series zoals Netflix. Ook onze smartphones dragen gretig bij: om 20 of 30 apps op ons toestel continu actueel te houden is al snel het energieverbruik van een koelkast nodig.

Terwijl giganten zoals Google en Apple hun energieverbruik trachten te vergroenen met de zonne-energie van ‘solarparks’, stellen aanbieders zoals Netflix en Amazon zwaar teleur. Vroeg of laat gaan overheden moeten ingrijpen en het verbruik van te veel gigabytes progressief belasten.

Intussen kunnen we zelf al heel wat digitale ballast aan overbodige foto’s en verouderde mails uit de cloud verwijderen, en opnieuw een boek lezen in plaats van weer een film te streamen. Bron: Seizoenen, nr. 4, 2020 (Velt)