To trash, or not to trash, that is the question

https://sporza.be/nl/2019/02/27/uci-maatregelen-natuur/

Met Omloop Het Nieuwsblad is het Vlaamse wielervoorjaar weer van start gegaan. Overal in Vlaanderen komen de Zwift fietsers in de voormiddag naar buiten om zelf hun kilometers bij elkaar te trappen. Na de inspanning begint de ontspanning met een pint en het opladen van hun rit op Strava. Na een aantal pinten keren ze terug naar huis om zich op te frissen en iets te eten alvorens in de zetel te ploffen om het wielerpeloton door ons kapot verkaveld Vlaanderen te zien koersen. Een doorsnee dag in het weekend van menig wielerliefhebber in Vlaanderen denk ik :-). Zelf fiets ik heel graag maar de wielerkoersen op tv bekoren mij veel minder. Ik plof ook wel in de zetel en zet de tv aan maar na 5 minuten lig ik te snurken. Ik word pas wakker nadat de koers is afgelopen, typisch :-). Het interesseert mij gewoon niet. En als het mij dan lukt om wakker te blijven begin ik mij dood te ergeren aan hoe onze ‘wielergoden’ respectloos hun afval in onze openbare ruimte wegslingeren. Een gedrag dat schaamteloos wordt overgenomen door de vele wielertoeristen (door sommigen ook wel ‘wielerterroristen’ genoemd, dit kan ik perfect begrijpen) die zich Greg Van Avermaet en co wanen.

Opvoeders, ouders, leerkrachten doen allemaal hun uiterste best om jongeren aan te leren dat ze nergens geen afval mogen achterlaten. De overheid investeert in allerlei sensibiliseringsacties zoals bijvoorbeeld www.mooimakers.be. Mensen zetten zich vrijwillig in om onze openbare ruimte proper te houden. Maar er zijn twee groepen mensen die hier duidelijk geen boodschap aan hebben: rokers en wielrenners. Het ergert mij mateloos dat de inspanningen die door veel mensen worden geleverd om het landschap proper te houden worden teniet gedaan door een voorbijrazend peloton en de vele wannabe’s. De sensibiliseringsacties van de overheid verdwijnen in het niets in vergelijking met de aandacht die het wielrennen krijgt op tv. Per weekend kan je tijdens het Vlaamse wielervoorjaar ongeveer 7 uur rechtstreeks koers volgen op tv, 7 uur lang kan je zien hoe ‘onze’ wielerhelden (die een voorbeeldfunctie vervullen in onze maatschappij (sic)) afval en bidons schaamteloos de natuur ingooien. Het is blijkbaar de normaalste zaak van de wereld, ik heb José De Cauwer en Michel Wuyts hier nog nooit over horen praten (of ik moet het gemist hebben omdat ik aan het slapen was). En dan heb ik het nog niet over de Tour de France waar de renners drie weken lang door de prachtige natuur fietsen en elke dag op tv komen! Dit alles kan wel tellen als anti-sensibiliseringsactie!

Maar de wielerbobo’s van de UCI lijken stilaan te begrijpen dat het zo niet verder kan. Deze week las ik via Feedly een artikel over het ‘heropvoeden’ van het wielerpeloton. Interessant dacht ik! Tot ik het gelezen had natuurlijk. Hun bedoelingen zijn ongetwijfeld goed maar het mist hen aan daadkracht!

De UCI wil meer respect voor de natuur en wil het dumpen van afval door de renners aan banden leggen. Aan de hand van een ‘videoref’ willen ze renners/ploegen (is niet duidelijk in het artikel) die op heterdaad betrapt worden een boete opleggen van zo’n 200 à 1000 Zwitserse frank. Wat is er mis met de ploeg/renner uit de koers te zetten of hen geen startrecht te geven in de volgende koers als ze worden ‘gepakt’? Juist, ja, dan krijgen we dit jaar maar 1 koers te zien, spijtig.

De UCI gaat ook een onderscheid maken tussen een drinkbus zomaar in de natuur kieperen en een drinkbus aan een toeschouwer ‘overhandigen’. Ik vraag mij af hoe ze dit verschil gaan bepalen. Het dilemma wordt in het artikel zelf zeer goed in beeld gebracht aan de hand van twee foto’s. De ene wat meer ingezoomd zonder toeschouwers en de andere wat meer uitgezoomd met een kind naast de weg. Maar hoever het kind staat van het peloton is moeilijk in te schatten. En wat als de bidon het kind raakt en er verwondingen aan overhoudt? Bijkomend veronderstellen ze dat het kind de drinkbus gaat ophalen, wat ook niet steeds het geval gaat zijn vermoed ik. Goede bedoelingen dus, maar of deze maatregel het tij zal keren is maar de vraag. Wat ik alvast kan concluderen na de Omloop Het Nieuwsblad is dat veel renners/ploegen een serieuze rekening gepresenteerd zullen krijgen en dat de UCI een goede zet heeft gedaan.

Geen geel hesje maar wel een mondmasker!

Het mondmasker als symbool van verzet tegen (lucht)vervuiling!

Sinds 2011 werk ik in Brussel en ben sindsdien een regelmatige en fervente fietspendelaar (regelmatig, omdat ik van 2 telewerkdagen per week mag genieten, toch 2 dagen die ik niet in een vervuilde omgeving moet fietsen/werken). Naar het werk fietsen geeft mij een geweldige voldoening maar ik besef dat de luchtkwaliteit in Brussel en Vlaanderen te wensen overlaat, dus schafte ik mij enkele jaren geleden een mondmasker aan. Na enkele ritten besefte ik al gauw dat met een mondmasker rondfietsen geen pretje is, zeker bij grote inspanningen (ademen gaat veel moeilijker en het beperkt het zicht als je met een bril fietst doordat bij uitademen de glazen aandampen). Dus bleef het mondmasker in de schuif liggen en ging ik weer op pad zonder mondmasker… tot nu (januari 2019).

Er zijn tal van onderzoeken die beweren dat het gezonder is om te bewegen in een vervuilde omgeving dan niet te bewegen. Awel, ik heb daar eerlijk gezegd meer een meer mijn twijfels bij. Bijkomend heb ik de indruk dat de luchtkwaliteit nog steeds afneemt door het steeds toenemend aantal (salaris)wagens in de spits en het gebrek aan beleid voor gezonde lucht. Sporten in een ongezonde omgeving is gewoon niet gezond, daarom mijn voornemen om dit jaar vaker mijn mondmasker te gebruiken en dit is mij de afgelopen 3 weken aardig gelukt :-). Het mondmasker beschermt mij van vuile lucht maar is voor mij vooral een manier om de automobilisten erop te wijzen dat ze mij, de aarde en zichzelf vergiftigen!

Ik begon op mijn fiets te dromen van een protestbeweging, geen protestbeweging van de gele hesjes maar wel en vreedzame protestbeweging van de mondmaskers! Het mondmasker als symbool van verzet tegen ongebreidelde (lucht)vervuiling! Luchtvervuiling veroorzaakt door een beleid dat salariswagens aanmoedigt gecombineerd door een op hol geslagen kapitalisme. Jobs en winst worden boven mens en natuur geplaatst. De economie moet kost wat kost groeien om onze vervuilende levensstijl te kunnen behouden. De aarde en haar bewoners worden uitgebuit en vergiftigd om ons (het Westen dus) van de nodige rijkdom te voorzien. De multinationals en hun lobbygroepen roven de aarde leeg en maken overheden en burgers mond(masker)dood. Beleid wordt meer een meer beïnvloedt door zuivere economische beslissingen (denk maar aan de vele vrijhandelsakkoorden die worden onderhandeld enkel en alleen om de economie te doen groeien) en de democratie wordt misbruikt om de schijn van burgerparticipatie hoog te houden. Men kent enkel de taal van het grof geld. Het is tijd dat we ons daar vragen bij stellen. Hoeveel bomen of zuivere lucht willen we nog opofferen voor economische groei? Als het van de mondmaskers afhangt, 0! De mondmaskers stappen niet mee in het verhaal van een oneindige economische groei en een allesvernietigende globalisering! Schaf die salariswagens af, verhoog de brandstofprijzen, maak vliegtuigtickets duurder, investeer in het openbaar vervoer, … Met andere woorden, stel mens en natuur weer centraal! Stel het kapitalisme in vraag! Voor mij is het duidelijk dat het kapitalisme de bron van alle kwaad is.

Waarom geen geel hesje maar wel een mondmasker?

Wikipedia zegt o.a. het volgende over de protestbeweging van de gele hesjes:

“… in eerste instantie uit protest tegen de in hun ogen te hoge brandstofprijzen.”

Om het fileleed en de luchtvervuiling tegen de gaan pleiten de mondmaskers juist voor een hogere brandstofprijs. De auto-mobiliteit mag niet meer als vanzelfsprekend worden beschouwd, de mensen moeten weer twee keer nadenken voordat ze de auto nemen.

“Veel van de demonstranten worden voornamelijk gemotiveerd door economische problemen als gevolg van lage salarissen en hoge energieprijzen. De meerderheid van de beweging ziet het probleem van klimaatverandering in, maar verzet zich ertegen dat dit probleem wordt neergelegd bij de werkende klasse en de armen. Zij moeten betalen voor een probleem dat door multinationale bedrijven wordt veroorzaakt.”

De mondmaskers worden enkel gemotiveerd door ‘groene’ problemen en hanteren het principe ‘de vervuiler betaalt’!

“Alhoewel de beweegredenen van de gelehesjesbeweging aanvankelijk per land verschilden, lijkt het gemeenschappelijke doel het ten einde brengen van het kapitalisme, de macht van multinationals en globalisering.”

Ook voor de mondmaskers is het kapitalisme de grote boosdoener.

Stap mee met onze protestbeweging en draag een mondmasker! Tot zondag, op de hopelijk grootste klimaatmars ooit in Vlaanderen!

Voor wie nog meer boeiende literatuur wil lezen over de gele hesjes en duurzame mobiliteit raad ik jullie aan deze blog te volgen.

Zal ik even mijn fiets op de rijbaan parkeren?

Deze foto heb ik deze ochtend genomen op de Frans Verbeekstraat in Overijse. Het was toen 7u35, tijd voor vele scholieren om met de fiets naar school te gaan en voor fietspendelaars naar het werk te pendelen. Dit is het meest bereden internationaal fietspad van de Druivenstreek ;-). Wie ze zijn zal je zelf moeten opzoeken, maar wat ze doen is duidelijk: fietsers pesten! De camionette staat mooi in het midden van het fietspad geparkeerd dus fietsers en voetgangers moesten uitwijken naar een zeer drukke baan om dit voertuig te omzeilen. Zo mooi in het midden van een betonstrook kunnen parkeren, het is niet iedereen gegeven, mijn eeuwig respect voor deze bestuurder. Had hij vijf meter verder gereden kon hij parkeren zonder daarbij voetgangers en fietsers te hinderen! Maar wie zijn zo’n bestuurders eigenlijk? Willen ze het de zwakke weggebruikers opzettelijk moeilijk en gevaarlijk maken? Denken ze dat de openbare ruimte enkel van hen is? Weten ze gewoon niet dat het verboden is om te parkeren op een fietspad? Of hoe moet ik dit anders interpreteren? Eerlijk gezegd denk ik wel dat er bestuurders bestaan die het ons moedwillig moeilijk en gevaarlijk willen maken. De politie heb ik niet gebeld maar ik heb wel het bedrijf een mailtje gestuurd met de vraag om de bestuurder erop attent te maken dat het verboden is om op fietspaden te parkeren, hopelijk komt de boodschap aan.

De Flandriens, wie zijn we?

Sinds een aantal jaar ben ik lid van de Flandriens, een wielerclub met een warm hart voor Vlaanderen! Al fietsend proberen we de Vlaamse identiteit te promoten, maar wekelijks samen met andere Flandriens fietsen zit er voor mij niet in aangezien de ritten over heel Vlaanderen worden gereden. Ik probeer mijn steentje bij te dragen door zoveel als mogelijk met mijn Flandriens-tenueke rond te toeren en vooral ook naar mijn werk in Brussel te fietsen. Jaarlijks organiseren we o.a. de Parel van de Druivenstreek waar ik aan meehelp en officieel is ons clublokaal Herberg ’t Klein Verzet in Terlanen, Overijse, lekker dicht bij huis :-).

In de Grondvest die verscheen in november 2018 kon je onderstaand artikel lezen dat werd geschreven door Bram Hermans, de bezieler van deze wielerclub. Dit artikel geeft je wat meer over het reilen en zeilen van onze club.

Van Waalse hanentruien over superprestigieuze quizzen tot Druivenstreekparels

40545201_1910446852356262_347141302929850368_n

Eens de grote voorjaars- en Alpenklassiekers achter de rug, vallen veel wielertoeristen in het bekende zwarte gat. De doelen zijn bereikt, de cols bedwongen. De fiets gaat aan de haak en de beentjes omhoog. Dit gegeven gecombineerd met zomerse braaien en de culinaire geneugten van menig vakantiebestemming is nefast voor de conditie en de aangroei van het gevreesde buikvet.

Daarom spraken de Flandriens wekelijks af om samen kilometers te vreten. Elke donderdag werd er na het werk samen gereden. Beurtelings werden het Scheldeland, de Vlaamse Ardennen, de Druivenstreek en de Leiestreek verkend. Nadien werd er natuurlijk nagepraat bij een gezellige pint. We zijn natuurlijk ook niet heiliger dan de paus. De ritten werden stelselmatig opgebouwd naar het hoogtepunt van onze werking op het einde van de zomer: het Gordelfestival.

Aangezien er bij de inschrijving van de Gordel een discussie was ontstaan over het te kiezen peloton (met een gemiddelde snelheid van respectievelijk 23, 25 of 27 km/u) werden de ritten steeds afgehaspeld aan een snelheid van 25 km/u. Om de haantjes onder de Flandriens te bekoren, bedacht ons nieuw bestuurslid Pieter De weer een puntensysteem. Elke rit werd voorzien van een tussensprint en een beklimming. Hier konden de deelnemers punten sprokkelen. Diegene met de meeste punten kreeg de gele trui, de beste klimmer de bolletjes en de beste sprinter de groene trui. De Flandriens zouden de Flandriens niet zijn als de traagste van het peloton ook niet grappend werd beloond: die kreeg een Waalse hanentrui.

Op 1 september verschenen 20 Flandriens aan de start van de Gordel. We verdeelden leeuwenstickers onder de deelnemers en pakten nog even uit met een korte actie voor ‘De Gordel Groen en Vlaams, in ere hersteld’. Dan werd er gefietst. De voorbereiding miste haar doel niet. Op een enkele héél erg groene Flandrien (hij had voordien slechts twee keer op een koersfiets gezeten) bereikte iedereen vlot de eindmeet. Wat betreft dat nieuwe lid: die werd beurtelings de hellingen over geduwd. Samen uit, samen thuis blijft het devies.

Tijdens het najaar wordt er nog (bijna) wekelijks samen gereden op zondag. In september reden we vooral in de streek rond Aalst en ondernamen we en kleine ‘buitenlandreis’ per fiets naar de scheepslift van Strépy. Het is onze ambitie om deze goede gewoonte aan te houden tot nieuwjaar, zodat we met een redelijke conditie het nieuwe fietsjaar kunnen aanvatten.

De kalender voor 2019 staat nog niet in detail op papier, maar u kunt alvast volgende data aanstippen in uw agenda:

  • zaterdag 23 februari: ‘De tweede Superprestigieuze Quiz der Flandriens’
  • zaterdag 22 juni: de tweede editie van de ‘Parel van de Druivenstreek’.

Beide organisaties waren dit jaar een succes. Wij doen er alles aan om er volgend jaar nog een groter feest van te maken.

Interesse? Contacteer Bram Hermans via bram.hermans@vvb.org of bezoek onze facebook-pagina.

De fiets in het leven van Wells

Als fervente functionele, sportieve en sociale fietser heb ik gekozen voor een quote van H. G. Wells als ondertitel van deze blog. De fiets blijft voor mij de beste uitvinding aller tijden en ondanks dat de fiets al ruim 200 jaar bestaat heeft ze nog niet aan belang ingeboet, integendeel, de fiets zal als duurzaam transportmiddel bij uitstek enkel aan belang toenemen, en wie weet, de auto ooit weer van de straten verdrijven :-). Maar wie was H. G. Wells nu eigenlijk, en wat was zijn band met de fiets? Ik ken hem enkel van zijn boek The Invisible Man en zijn quote over de fiets, meer niet. Tijd dus voor wat opzoekwerk!

NPG x13208; Herbert George Wells by George Charles Beresford

Bron: Wikipedia

Herbert George Wells was een Britse schrijver. Hij werd in Bromley geboren op 21 september 1866. Wells is o.a. bekend van zijn sciencefictionverhalen en -romans, in het bijzonder The War of the Worlds, The Time Machine en The Invisible Man (Wikipedia).

Een aantal zaken die hij in zijn fictieboeken beschreef zouden later uitkomen: zo schreef hij al in 1914 over de atoombom en voorspelde hij o.a. dat de auto en trein zouden leiden tot een trek vanuit de grote steden naar de voorsteden (Wikipedia).

Wells was een anti-religieuze socialist die een wereldregering voorstond. Deze zou niet gebaseerd moeten zijn op de parlementaire democratie maar eerder op een technocratie. Het stemrecht zou volgens hem alleen weggelegd moeten zijn voor wetenschappers, ingenieurs enz (Wikipedia).

Every time I see an adult on a bicycle, I no longer despair for the future of the human race.

Over bovenstaande quote is maar bitter weinig te vinden op het wereldwijde web, maar zo te zien ben ik niet de enige die hierover wat opzoekwerk heb verricht. Op Roads Were Not Built For Cars vind ik het volgende terug:

“Of course, H.G. Wells is also often quoted as having said or written: “When I see an adult on a bicycle I do not despair for the future of the human race.”

The quote is a popular one on bike blogs and in newspapers articles by journalists discovering the joys of cycling, but try as I might, I have not been able to track down a source for the quote. If you can verify it from the novels or letters penned by H.G Wells – or from one of his many radio interviews – please get in touch.”

Bron: The Durango Herald

Maar we geven niet op! De volgende Google-zoekopdracht levert mij een interessant Engelstalig artikel op in The Durango Herald.  Het is een recensie van een boek dat in 2017 werd geschreven door Jeremy Withers: The War of the Wheels, een boek waarvan ik het bestaan niet wist maar dat bij een volgende online-aankoop zeker in mijn e-winkelmandje zal belanden. De recensie levert immers heel wat interessante informatie op over de fascinatie van Wells voor de fiets: “… the father of science fiction was also fascinated by the bicycle.“.

Zo schreef hij, ietwat autobiografisch, “… The Wheels of Chance, his first realistic, mildly comic novel in which a young draper’s apprentice goes off on a two-week bicycle holiday. […] that book reflects its author’s early passion for the bicycle.

Wells was niet alleen gefascineerd door de fiets als middel om zich te ontspannen maar zag er ook vooral de sociologische en functionele voordelen ervan in:

From a sociological viewpoint, as Wells noted, the bicycle helped widen the horizons of the working class. You could ride to your job, travel into the countryside for a picnic, enjoy open-air exercise. He and his wife, Jane, even acquired a “bicycle built for two” (the famous song, “Daisy Bell,” was written in 1892).

Locomotion, as Withers stresses, fascinated Wells. In the very first essay in “Anticipations” (1901) he discusses the limitations of rail travel and the traffic congestion that makes bicycling in London so dangerous. Another essay reflects on the military use of bicycle brigades. In “The Land Ironclads” (1903), the enemy’s seemingly invulnerable tanks are supported by cyclist-infantrymen.”

Tenslotte zou ik deze eerste post willen eindigen met hetgene waar ik eigenlijk op zoek naar was, ja, ik heb het gevonden :-)! Ik denk dat het volgende extract uit de recensie in The Durango Herald mooi samenvat waarvoor de quote die ik gekozen heb staat: hoop. Hoop voor een betere en meer duurzame mobiliteit, hoop voor een gezondere leefomgeving!

“The War in the Air has never been as widely read as Wells’ other scientific romances. Withers reminds us that its Cockney protagonist, Bert Smallways, is a partner in a bicycle shop, that the plans for a superior aeroplane are as simple as those for a bike and that, near the novel’s climax, two men on bicycles traverse a war-ravaged New York state to deliver those all-important plans to the president. However, most of the novel proffers a bleak vision of total war, as fleets of airships rain down destruction on the world’s cities. After Germany’s highly advanced zeppelins bomb New York to rubble, they are in their turn annihilated in a “jehad” by a pan-Asian air fleet. Much of the book draws on earlier tales of aeronautical piracy, such as Jules Verne’s Robur the Conqueror and George Griffith’s The Angel of the Revolution, but Wells’ conflict quickly widens into “a universal guerrilla war, a war inextricably involving civilians and homes and all the apparatus of social life.” Global economic collapse ensues, as all our great cities suffer Mosul-like violence, famine and pestilence, while a remnant of humanity eventually survives by scavenging and subsistence farming. Only in the book’s epilogue does Wells offer a brief hope that civilization, perhaps a more humane and human-scaled civilization, might reemerge: A little boy glimpses a man riding a bicycle.

On the last page of The War of the Wheels, Withers proposes that H.G. Wells could be “the patron saint for our many sustainable transport, local-is-better, and smart urban design movements.” Perhaps. One thing is sure: Even in the 21st century, Wells still speaks to our fears and dreams.”

Wells stierf in Londen op 13 augustus 1946.